11 mei 2016

Weer-Weetjes over de IJsheiligen

IjskristallenIJsheiligen is één van de oudste en wellicht het bekendste begrip uit de volksweerkunde. De eerste berichten over deze "strenge heren" dateren van rond het jaar 1000. Zij vieren hun naamdagen op achtereenvolgens 11, 12, 13 en 14 mei.

De IJsheiligen ontlenen hun benaming aan het gevaar van koud voorjaarsweer voor het gewas, dat in deze tijd in volle bloei staat. Een late vorstnacht kan nu veel schade aanrichten. Het is echter niet zo dat tijdens de IJsheiligen de kans op een overgang naar koud weer groter is dan op andere dagen in het voorjaar.
Abrupte temperatuurveranderingen, die o.a. het gevolg zijn van het nog relatief koude zeewater, zijn kenmerkend voor dit hele jaargetijde en kunnen ook in juni nog voorkomen. Wel neemt na half mei de kans op vorst sterk af en aan het eind van deze maand zijn temperaturen onder nul heel uitzonderlijk.

Weerspreuken die betrekking hebben op de IJsheiligen
"Pancraas, Servaas, en Bonifaas, brengen sneeuw en ijs helaas!"

"Voor IJsheiligen de bloempotten buiten, veelal kun je er dan naar fluiten,  wacht af tot de heiligen zijn voorbij,  de bloemen zijn u daarvoor blij."

"Het kan vriezen tot in mei, tot de IJsheiligen zijn voorbij."

"Al is Mamertus oud en grijs,  houdt hij van vriezen nog en ijs."

"Servaas moet verlopen zijn, voor de nachtvorst goed en wel verdwijnt."

"Wie zijn schaap scheert voor St. Servaas  houdt meer van wol dan van het schaap."